Hier moet van de computer een titel staan

Deze weblog is eigenlijk bedoeld voor mensen die in 2106 een blikje in het verleden willen werpen. Aangezien die er nog niet zijn acht ik de kans niet groot dat iemand van deze tijd interesse in deze stukjes zou hebben. Het laat me verder ook koud of die er wel of niet zijn. Ik schrijf de stukjes toch alleen voor mijn eigen lol. Ik waarschuw alvast: dit is de allersaaiste weblog die er is. Alleen maar gezanik. Het is geen gezelligheidspagina en ook geen schreeuw om aandacht. Je wordt er ook niet wijzer van. 

'Men schrijf pas goed en men krijgt pas ingevingen op de momenten dat men ontroerd is of blij.'

Paul Leautaud, in Le petit ami.

november en december 2006: weblog, almere, markt, verkiezingen, geld, computers

13/12/2006

* Vandaag heb ik een weblog aangemaakt. Dit zal denk ik het eerste stukje zijn van die weblog. Miljoenen mensen hebben al zoiets. Een ‘blog’ noemen ze dat. Dat bekt inderdaad beter dan ‘webl’. Ze doen maar. Mij interesseert het niet, dat exhibitionisme. Iedereen denkt een enorm uniek leven te leiden en het blijkt even banaal te zijn als dat van ieder ander. Een blog is heel typisch voor deze tijd. Iedereen wil aan de wereld laten weten dat hij of zij bestaat. Waarom? Wat is het nut daarvan? Ik heb niet de behoefte om gehoord te worden. Als ik de enige ben die het hoort, vind ik het ook goed. Het leek me aanvankelijk veel te veel moeite om dat te maken, bij te houden, en zo voort. Ik heb geen idee hoe dat allemaal werkt en ik wil het ook niet weten. Waarom dan toch doen? Vrienden zeiden dat ik het kon proberen, je komt misschien in contact met uitgeverijen. Je neemt een stap. Stappen nemen… mensen doen niets anders. Je mag nooit stilstaan maar altijd ergens heen gaan. Bij stilstaan ga je nadenken en dat is gevaarlijk. Bij wijze van spreken moet je al weten hoe je leven er over tien jaar uitziet, als je netjes alle stappen hebt gedaan die je moest doen. En wat een verrassing als je dan op dezelfde plaats bent uitgekomen. De enige ideale situatie die ik ken, is rust aan m’n kop. Daarom onderneem ik zo weinig mogelijk, schrijf ik me nergens voor in, begin ik geen eigen zaakje, ga ik nooit ergens heen. Wat ik ook zou doen, ik zou ten onder gaan aan stress. Ik vervloek deze stap dan ook maar ik neem hem toch maar. Misschien dat ik de uitgevers moet loslaten. Vandaag las ik een stuk over dat uitgeverijen alleen maar bezig zijn om ‘megasellers’ op de markt te brengen. Ze brengen ongeveer dertig dezelfde boeken tegelijkertijd uit in de hoop dat een ervan een goudmijn blijkt te zijn. Zo is de mores tegenwoordig. Uitgeven voor je eigen plezier is er niet meer bij. Tenhemelschreiend vind ik dat. In de boekwinkel zie ik de naargeestige gevolgen ervan. Hoe goedkoop je soms boeken aanbiedt, mensen willen ze gewoon niet hebben. Daarom wil geen uitgever aan mijn komedies beginnen. Is ‘marketingtechnisch onzeker’ of ‘past niet in het fonds’. Daar zijn allemaal economen aan het woord en geen liefhebbers. En dan word ik boos. Een weblog is een stap in de richting van publiceren zonder uitgevers. Hopen dat je daar dan maar wat geld mee kan vangen. Dat is weer de andere kant van de medaille. Ook al weer zo’n akelig iets, die andere kant van de medaille. Hoe je die medaille ook houdt, er zit altijd een andere kant aan, en er is altijd een kant om van over je nek te gaan.

11/12/2006

* Vandaag ging Maga naar haar nieuwe baan, waar ze vorige week mee is begonnen, en waar ze vermoedelijk over twee weken mee ophoudt. Kinderen waarvan de ouders tijdelijk niet ouderachtig zijn, worden opgenomen in een soort tehuis. Ze hebben daar wel zelfstandigheid en zo voort maar het mag geen permanente bewoning worden. Het zijn vrijwel allemaal kinderen die moeilijke tijden achter de rug hebben. Zielig? Ja. Maar deze kinderen missen een beschaafdheidsgrens. Maga vindt dat verschrikkelijk. Zij kan alleen prettig werken als naar haar geluisterd wordt en deze kinderen doen alles behalve dat. Gisteren kwam ze huilend thuis. De omloop van het personeel is groot, want niemand houdt het vol als kinderen zo bijdehand zijn. Het is akelig om te zeggen maar de meeste van deze kinderen kunnen niet anders leven als in een keihard repressief systeem. Als ze dan bijdehand zijn, worden ze zo hard aangepakt, dat ze het wel uit hun hoofd laten om nog bijdehand te zijn. In Nederland zijn kinderen mondiger dan waar ter wereld. Dat heb ik in achttiende-eeuwse boeken al gelezen. Maga heeft vaak de Franse school bezocht en daar worden de kinderen heel streng behandeld. Het is een kwestie van opvoeding en niets anders. Op mijn werk zie ik het heel vaak voor me gebeuren: ouders waarschuwen dat de kinderen niet de trap afmogen. Dan gaan de kinderen toch en onmiddellijk geven de ouders de kinderen hun zin. Dat is de toekomst die je voor je ziet: een en al slapheid. Tijdens de vorige baan van Maga kreeg ze zo’n druk kind erbij. Door het even Spartaans aan te pakken, kreeg ze hem eronder. Ook thuis werd het rustiger, zeiden de ouders verbaasd. Als de ouders langskwamen, ging het kind weer loos. Hun waarschuwingen golden voor piet snot, het kind sloeg ze toch in de wind. Mijn vriendjes waren vroeger ook heel bijdehand. Soms wordt dat liefkozend ‘Amsterdamse branie’ genoemd. Het is gewoon onbeschofte brutaliteit. Het is toch de omgekeerde wereld dat kinderen het leven van een volwassene, die alleen maar zijn best doet, kunnen verpesten. Ik weet maar een ding: je móet orde hebben, overal, om de mensen die geen morele grenzen hebben in bedwang te houden. Anarchie is iets verschrikkelijks.


7/12/2006

* Vandaag weer niets bijzonders beleefd. Ik beleef heel vaak niets bijzonders. Ik ga naar werk, kom thuis, en zit na een knuffelpartijtje met mijn vriendin de hele avond te werken. Zo erg is dat leventje ook niet. Ik hoef het niet te ruilen met deze of gene. Toch klaag ik meer dan goed voor me is. Dagelijks vraag ik me af waarom ik nu per se komedieschrijver ben geworden. Wat heb er aan behalve dat ik er zelf veel lol in heb? Hoeveel mensen wonen hier? Zestien miljoen. Hoeveel van hen zullen er wel manager zijn in het een of ander? Een miljoen. Hoeveel aannemers zijn er? Minstens een paar honderdduizend. Hoeveel tandartsen? Tachtigduizend? Hoeveel ambtenaren? Een miljoen. Hoeveel autohandelaren? Tienduizenden. Hoeveel komedieschrijvers zijn er? Eén. Dat ben ik. Ik heb nog nooit een vacature gezien voor komedieschrijver. Naar humor is geen vraag. Er zijn wel romanschrijvers die soms grapjes maken. Er zijn columnisten die denken dat ze komisch schrijven. Maar de komedieschrijver pur sang… je bent er erg aan toe als je dat bent. Dat komt omdat je niet begrepen wordt als fantast, vanwege de ontstellende ernst waarmee geleefd wordt. Dat leer je al op de middelbare school: Mulisch is vijf punten en Van Kooten maar één. Terwijl een lichtvoetig boekje van Van Kooten de ernst van Mulisch verpulvert in een handomdraai. Dan besef ik eens te meer hoezeer je een kind van je tijd bent. Niet omdat jíj het bent, maar vooral omdat de anderen dat zijn. Zij zijn nauwelijks in staat om verder te kijken dan het kamertje van de tijd waarin ze leven. Zo kon ook iets niet-werkends als het communisme blijven bestaan. Je lacht je dood als je Vojnovitsj’ De Antisovjet Sovjet-Unie leest. Het dragen van een kerstboom kon al tot een arrestatie leiden. Aanpasserij is van alle tijden. Kijk maar naar de universiteit. Ik kan geen universitaire boeken lezen. Dat ligt toch denk ik niet aan mij want ik kan genoeg boeken wel lezen. Ze zijn gewoon in een abacadrataal geschreven die ik niet machtig ben. Een scriptie of een paper of hoe zoiets ook heet is volstrekt onleesbaar. Dat is niet ‘intelligent’ zoals iedereen denkt. Intelligent is om voor iedereen begrijpelijk te schrijven. Ik kan ook geen politicus aanhoren zonder dat mijn tenen gaan krommen. Het ligt ook aan het land. We hebben natuurlijk in de eerste plaats een natie van handelsgeesten en niet van teergevoelige komedianten. Tijden veranderen zegt men. Ja maar zelden de goede kant op. Zou In de bovenkooi van Biesheuvel nu nog zijn gedrukt of zouden ze tegen Biesheuvel hebben gezegd: maak er een roman van van achthonderd bladzijden want dat is in. Als trends en behoudendheid voorop staan, komt er niets leuks van de grond. Iedereen speelt op veilig omdat iedereen dat doet. Misschien is het altijd al zo geweest en zie ik nu pas omdat ik nu ook wat langer op deze aarde rondloop. Maar ik zal me ertegen blijven verzetten. Dat is organisch onaangepast zijn.

6/12/2006

Vandaag had ik een helder moment dat ik inzag dat de vraag, die het aanbod zou moeten bepalen, is vervangen door het aanbod zelf. In de loop der jaren is de mens zich meer naar het gemiddelde gaan neigen, omdat er steeds meer mensen kwamen die van het gemiddelde konden leven, en vervolgens werd het gemiddelde het aanbod. Originaliteit, smaak en karakter, nog zo van belang in de achttiende eeuw, stellen niets meer voor door die opmars van gemiddeldheid.  Ik heb dat zelfs in mijn korte leventje mogen aanschouwen. In de jaren zeventig had je nog oprechte muziek en oprechte films. Dat is er allemaal niet meer. De vraag is het aanbod geworden: waterigheid, slapheid. Ach, ik ben ook blij dat ik niet uren in de rij voor voedsel hoef te staan, dat ik kan verhuizen waarheen ik wil, dat de medische zorg uitstekend is, dat de heersende kliek me in mijn waarde laat. Volgens mij hoef je maar een dag oorlog mee te maken om hiervan te dromen. Ja, dat zal allemaal wel, maar wat maakt het uit als er geen vraag is naar komedieschrijvers? Dat bepaalt mijn hele leven. Als ik nu een paardenslachter was, of een bouwvakker die op een dag twee zinnen wisselt met zijn collega’s, of een menshatende automonteur, of een autistische computerfreak, of een sadistische rij-instructeur, of een ‘communicatiedeskundige’ die geen gesprek kan voeren, of een prozaschrijver die het ernstige in zijn vaandel heeft, daar was allemaal vraag genoeg naar geweest. We leven in een periode waarin iedereen geobsedeerd is door professionals. Dat is wel het toppunt, vind ik, van de onzin in deze moderne tijd. Er bestaat helemaal niet zoiets als een professional. Amateurs zijn professionals en professionals zijn amateurs. Niemand wil geloven dat je bijvoorbeeld bijna iedere baan kan uitvoeren zonder dat je ervoor gestudeerd hebt. De fout is dat mensen functies zoeken in plaats van mensen. Je moet gewoon aan een baan beginnen en meer is niet nodig. Vanzelf merk je wel wat voor extra ‘stof’ je nodig hebt. De meeste ‘stof’ doet mijn spottende inborst trouwens meestal hard lachen. De literatuur is ook helemaal in de ban van professionele, prijswinnende romans, boeken van meer dan duizend bladzijden waarin geen grammetje originaliteit voorkomt. Kijk eens hoe vrij schrijvers als Boccaccio en Bandello waren in de veertiende en vijftiende eeuw, Rabelais in de zestiende of Apuleius in de Romeinse tijd. De vrijzinnige komedie kan het in onze wereld wel vergeten dus ik blijf zitten op de reservebank. Dat is altijd frustrerend voor de speler in vorm.

2/12/2006

* Vandaag een interview gezien op televisie met de thrillerschrijver John le Carré. Hij is wel meer dan een thrillerschrijver. Hij denkt bijvoorbeeld na. Hij denkt na op zijn Brits: helder en objectief, met zijn persoonlijkheid als het ware steeds verborgen in een hoekje. Ongelooflijk veel kennis over de wereldpolitiek van de laatste tien jaar. Dat is wel een van de laatste thema’s waar ik me druk over wil maken. Een film als Syriana zegt me genoeg over hoe verschrikkelijk cynisch dat wereldje wel is. Le Carré zegt terecht dat cynisme in je eigen nadeel werkt. Als iets je miniatuurleventje bereikt, vind je het ineens niet leuk meer, en dan is het te laat. Zoals hij het uitlegt, is het zelden in de geschiedenis zo’n oneerlijke puinhoop geweest. Na de koude oorlog, was er een kans op iets moois. Die kans is verprutst door inhaligheid. Een sociale wereld is beter dan een rijke wereld maar vertel dat maar eens aan the powers that be. Iedereen leeft kort en denkt aan zijn hachje. Zo is het nog steeds. Een crimineel heeft meer kans te aarden op deze wereld dan iemand die geen moer geeft om geld maar wel om gevoelens. Geluk kun je natuurlijk niet uitdrukken in economische cijfers. Doorgewinterde kapitalisten zullen dat wel nooit inzien. Humor, originaliteit, gevoel en onafhankelijkheid zijn de eerste slachtoffers van zo’n geldwolvensysteem. Voor een propere mensheid zijn die ingrediënten essentieel. Mensen verliezen vaak dingen uit het oog als ze zoveel met geld bezig zijn. Volgens Le Carré is het slechtste van de huidige wereld dat het onderscheid tussen staat en zakenleven verdwijnt. Dat is een wereld waar Mussolini van droomde. Of te wel: een stap terug in de ontwikkeling van de mens. De reden is dat wereldleiders reuzedom zijn en zelf behoren tot die club geldwolven. Als je bijvoorbeeld de neoconservatieve evangelisten hoort die de huidige president van Amerika in hun ban hebben, dan denk je: dat zijn juist personen waar je niet naar moet luisteren! Dat zijn mensen die nooit hun eigen zolderkamer hebben verlaten. Die mensen leven nog ergens in de twaalfde eeuw. Daar heb ik toevallig ook een documentaire over gezien (de neoconservatieven, niet zolderkamers). Van gebrek aan nuances komt nooit iets goeds. Wat kan ik eraan doen? Me aansluiten bij een politieke beweging? Ik ben een individualist. Politieke essays schrijven? Daar los je niets mee op en ik geloof toch niet in een ideale wereld zolang ik er zelf niet de baas van ben. Ik heb er trouwens de ballen verstand van. Stenen gooien naar de politie en anarchist worden? Daar ben ik te beschaafd voor. Ik verafschuw anarchisten en hun denkwijzen. Mezelf voor de ondernemingsraad opgeven? Zit ook niet in mijn aard. Ik ben allergisch voor vergaderingen. Het probleem zit toch in de mensen zelf. Ze ontberen door de bank genomen intelligentie en eigenzinnigheid. Ook dit stuk zal wel heel dom zijn. Ik zeg niet graag domme dingen over moeilijke zaken. Liever zet ik domme mensen in mijn komedies voor schut. Dat, en menselijke volksvertegenwoordigers kiezen, is alles wat ik kan doen aan de hele kloterij van de wereld.

28/11/2006

* Vandaag, nee gisteren naar Almere geweest. Almere is een stad die perfect verbeeldt hoe deze tijd is. De stad is twintig jaar oud. Tijdens het bouwen ervan is met alles rekening gehouden tot en met busbanen aan toe. Ik was er bij oude vrienden op bezoek. Als je de dertig bent gepasseerd heb je ‘oude’ en ‘nieuwe’ vrienden. ‘Almere is een woon- en slaapstad’, zei een van hen. Hij ziet het nog wel goed komen met de stad maar ik weet het niet. Met alle respect voor ze, maar ik zou er niet kunnen wonen. Veel liever een klein en duur huis in Scheveningen dan een grote en goedkope in Almere. Het punt is dat met al dat gebouw daar geen enkele rekening is gehouden met het belangrijkste dat een stad moet bieden: intimiteit. Efficiënter en zakelijker dan deze stad vind je er geen, denk ik. Wat dat betreft geeft Almere precies weer hoe deze moderne snertmaatschappij werkt. Er is geen gevoel of fantasie aan te pas gekomen. Al meteen als je het station uitloopt: een en al nieuwe gebouwen en rechte straten. Nu is die architectuur van de jaren tachtig al weer ernstig gedateerd. Geen sfeervol plein. Geen leuk straatje met terrasjes. Natuurlijk, een stad bouw je niet in twintig jaar. Die bouwt zichzelf over de eeuwen heen. Toch is het zo Hollands om dan als je een nieuwe stad bouwt niet te denken aan charme en onvoorspelbaarheid. Daar is fantasie en kunstgevoel voor nodig en die hebben volwassenen nooit. Je wordt als mens denk ik ook ongevoelig als je in die moderne huizen woont. Mijn vriend heeft het dan nog wel redelijk getroffen. Hun huis zit op het dak van een winkelcentrum en niet alle woningen zijn gelijk, zoals verder overal in Almere wel het geval is. Het huis was ruim en breed enzovoort maar ik miste zoals gebruikelijk in die nieuwe huizen rare nisjes, gekke kamertjes, onlogische deuren. Mensen in zulke geschiedenisloze huizen kunnen ook onpersoonlijk worden, denk ik. Mijn vriend gaf er een voorbeeld van. Zijn vriendin had een keer de auto geparkeerd op een plaats die iemand opgeëist had. Dat wist ze niet. Waarom zou je ook een parkeerplaats opeisen als er genoeg plaats is? Die mensen parkeerden hun auto dwars voor de hare zodat ze er niet meer uit kon rijden. Ze lieten op haar auto een briefje achter met de tekst: als je de auto nog een keer hier neerzet, halen we de politie erbij. De andere vriend had zijn huis al gekocht toen het er nog niet stond. Het staat in een uithoek van Almere-Buiten. Toentertijd waren er weilanden, nu is daar ook alles volgebouwd. Binnen in het huis is het juist andersom. Zijn vriendin is vertrokken met bijna alle meubels. Nu staat er nog een bank, een kastje en hij heeft nog boven een studeerkamertje en een bed. Ik denk dat relaties in Almere erg kort duren. Ik heb bewijzen hiervoor proberen te zoeken op internet maar ik kon het niet vinden. In zijn buurt was niemand buiten terwijl het pas negen uur was. En de huizen hebben zoals gebruikelijk met nieuwe huizen allemaal vochtproblemen. Dat zie je aan de witte bakstenen. De meeste mensen die daar wonen zien hun huis dan ook niet als huis. Die zien hun huis als ‘investering’.

23/11/2006

* Vandaag een verhaal gehoord wat mooi past in het venster op deze tijd (bijna alsof mensen het zo speciaal voor mij hadden afgesproken). Vroeger werd je opgebeld door een bekende. Dat is nu nog maar in de helft van de gevallen zo. Nu word je om de haverklap gebeld door mensen die iets van je willen. Ik heb zelf als telefonist bij een grote loterij gewerkt en ik heb gezien hoe er ranglijsten werden bijgehouden van mensen die het best waren om mensen wat aan te smeren. Je noemt de mensen die dat doen ‘telemarketeers’. De verzinners van ‘telemarketing’ gaan vast prat op het commerciële succes van dit systeem. In de telemarketinghandboeken staat vast: ‘Het is de kunst om van niet willers twijfelaars te maken en van twijfelaars kopers.’ Het is de kunst om mensen met rust te laten! Marketing is een schofterige tactiek waarbij je mensen letterlijk in hun huis lastig valt om ze te zeggen wat ze niet hebben en ze vervolgens een schuldcomplex erover aan te smeren. Mijn baas vertelde hoe hij eens werd gebeld door iemand die vroeg of hij wilde internet-bellen. Hij zei ‘nee, dank u’, en legde neer. Vervolgens kreeg hij bericht thuis: gefeliciteerd dat u wilt internet-bellen. Ze belden op en hoefden alleen maar de modem te weigeren en dat deden ze. Toch werd de gewone telefoon afgesloten. Om de hulplijn te bellen, moesten ze nu naar een telefooncel, want dat kon met niet met een mobiele telefoon. Ze kregen een bloemetje thuis als excuses. Toch konden nog steeds geen gewone telefoonverbinding krijgen want ze stonden bekend als internet-bellers. Waarom dan een gewone telefoon erbij? werd hen gevraagd. Maar we hebben geen internet-bellen. Hier staat van wel. Ja maar we hebben het niet. Waarom staat hier dan van wel? Het werd geregeld na een paar maanden. Nu hebben ze de gewone telefoon terug maar staan ze nog steeds te boek als internetbellers. Het vreemde is dat mijn baas al zevenentwintig jaar hetzelfde telefoonnummer heeft. En door een druk op een knopje van iemand die moest stijgen op die telemarketingranglijst is dat ineens veranderd. Een andere collega vertelde dat hij een kast had besteld. De kast zou geleverd worden maar bleek bij aankomst zonder planken en scharnieren te zijn. De bon werd door de bezorger meegenomen want die zei dat hij die nodig had. Vervolgens werd er niets gedaan. Zonder bon konden ze nergens op rekenen, zei het meubelbedrijf (Ikea). Heel veel heen en weer gebel volgde en nu wordt de rest misschien komende zaterdag alsnog geleverd. Onze vorige huisbaas noemde deze halve kwaliteit leverende wereld ‘een bananenrepubliek’. Ik blijf dat een treffende benaming vinden hoewel je in een land als Nigeria je waarschijnlijk binnen een week zou willen ophangen. Het zijn allemaal luxe-problemen van luxe mensen maar hoe je het went of keert zijn het wel problemen.

22/11/2006

* Vandaag gestemd. Ik stemde Groen-Links zoals altijd. Ik zou graag willen dat de bio-industrie wordt afgeschaft en ik denk dat Groen-Links dat wel wil. Het zou me verbazen als het niet zo zou zijn. Mijn collega die ook Groen-Links stemt, zei dat het de enige partij die wat elitairder en chiquer is. Dat is belangrijk. Arbeid is niets vergeleken met een beetje smaak. Ze hebben een zetel verloren, hoorde ik net op de radio, en een partij die Partij van de Vrijheid is genoemd en het liefst alle buitenlanders zou willen wegsturen heeft maar een zetel minder dan Groen-Links. Daar is wel de Partij voor de Dieren bijgekomen die twee zetels heeft gekregen. Als die nu ook eens origineel zouden nadenken over andere dingen dan alleen dieren, zou dat een interessant alternatief kunnen worden. Partij voor het Nadenken zou een betere naam zijn. Als het ergens aan schort in de wereld, is dat het wel. Als iets een taboe is, is het wel de algehele smakeloosheid en domheid. Een andere linkse partij, de Socialistische Partij, is op 26 zetels gekomen. Iedere verkiezingen is er altijd wel een partij die enorm wint. De volgende verkiezingen verliezen ze weer de helft van die kiezers. Kiezers denken nu eenmaal met hun neus. Misschien is dat wel de beste manier van stemmen want als je alle rapporten zou lezen, zou je het nog niet weten. Daarom vind ik Groen-Links wel zo leuk: die heeft altijd negen of tien zetels. En waarom zou Groen-Links geen goede regeerder zijn? Iedere visie kan werken. Ik denk dat de geduldigste, zachtaardigste, fantasierijkste en menselijkste partij het beste zou zijn voor iedereen. Maar je zit met mensen die niet eens weet wat dat allemaal is, en dat is de meerderheid. Het is slechts de angst van veel mensen om eens wat anders te proberen dan partijen die slaafs het wereldwijde commerciële systeem volgen dat we al decennia volgen. Ik weet trouwens helemaal niet zo of mijn stem wel zo ‘Groen-Links’ is. Ik zal op veel punten een afwijkende mening hebben. Tegenwoordig heb je op internet ‘stemwijzers’, die je aan de hand van meningen tips geven. Best stom. Je kunt elke mening met goede argumenten verdedigen. Ach, die politiek. Het gaat om hartstocht en nooit iets anders.

21/11/2006

* Hoe je ook schuift met potjes met geld, het komt er vooral op neer dat je niets te besteden hebt. Daarvan word je bang in je doen en laten. Je denkt alleen maar: ik wil geen extra rekening ontvangen. Deurwaarders wil je niet te vaak tegen het lijf lopen. Anders zou je denken: wat maakt het uit, ik heb toch een buffer van dertigduizend euro. Al dat geld. Al dat bezit. Al dat haastige, liefdeloze, stomme gedoe. Wat kan ik anders dan me er tegen verzetten? Ik hou er niet van en ik kan er op geen manier goed mee leven, denk ik. Het klinkt of ik een principiële boeddhist ben, maar zo ben ik helemaal niet. Ik wil gewoon een ontspannen leven. En met geldstress is dat niet altijd mogelijk. Maar met werkstress ook niet. Zoveel mensen hebben zich overgegeven. Ze leven voor het geld, dat brengt ze vooruit, denken ze. Dat is omdat ze niet nadenken. Het is alsof mensen in plaats van een auto te bouwen zich puur concentreren op de motor, omdat dat immers het ding wat alles in het werk brengt. Het stomme is dat ik heel vaak voor me zie dat ik veel geld zou hebben. Het zou echt iets voor mij zijn. Ik denk ook dat het nog wel een keer komt. Alleen nu, dit verdomde nu, zit ik zonder. Er is een voordeel: van een kale kip valt niet te plukken. En ik word er zo niet dikker op met allerlei lekkere hapjes die ik niet kan betalen. Ik heb rust aan mijn kop en dat is me meer waard dan welk geld ook. Het stelt ook niets voor, geld. Een vlaag inflatie en je bent alles kwijt. En je wordt er zo serieus van, zo ontzettend serieus. Wat zijn die getalletjes op een rekening nou vergeleken met een aangename vrijpartij?

14/11/2006

* Vandaag naar het strand geweest met een 82-jarige vrouw die naar eigen zeggen nog nooit de zee had gezien. Ze is weliswaar geboren in Goes in Zeeland maar daarna is ze verhuisd naar Nijmegen en daar woont ze nog steeds. Met haar man die twee jaar geleden is overleden ging ze nooit ergens heen. Dat was gewoon in die generatie schijnbaar. Je zou verwachten dat ze naar de zee zou rennen om deze in te springen. Maar het interesseerde haar nauwelijks. Je kon geen spoor van emotie van haar gezicht aflezen. Ook niet zo raar denk ik. Waarom zou het je na al die jaren ineens gaan interesseren? Als ze er wel interesse in had gehad, zou ze er wel eerder heen zijn gegaan. Je kunt ook niet alles zien in je leven en je hoeft het ook niet. Als ik het raar zou vinden, kan ik ook zeggen dat ik nog nooit een stap in Afrika heb gezet. Ik heb ook nog nooit een Aziatische stad gezien. Australië is nog een vreemd continent voor mij. Amerika idem. Ik ben best geïnteresseerd in alle landen. Helaas heb ik een hekel aan vliegen en ben ik lui en heb ik het geld niet. Als ik het geld had, zou ik denk ik nog niet gaan. Thuis kun je ook voortreffelijk reizen met documentaires en films. Bovendien hoef je je dan ook niet te verdiepen in de onaangename kanten van iedere cultuur, namelijk vrijgevigheid die ik helemaal niet charmant vind, de nadruk op zakendoen, de ernst waarmee iedereen leeft, de rol van religie overal, het misbruik van dieren, ja vooral dat laatste staat me tegen van reizen. Bijna overal ter wereld worden dieren slechter behandeld dan hier. Toch hebben de reizen die ik heb gemaakt mijn leven wel op een bepaalde manier verrijkt. Maar ik wil geestelijke rust meer dan alles ter wereld. Die krijg ik vooral door mijn eenzaamheid hier tussen de boeken en niet door de wereld op te zoeken. Deze vrouw wilde altijd liever familie om haar heen dan ergens heen gaan en ik kan dat best begrijpen. Ik denk ook niet dat heel veel reizen je veel meer leert dan wat je leert als je thuis blijft en boeken leest. (Ik vind trouwens de tegenovergestelde mening ook waar: dat je vaak meer leert van gewoon maar ergens rondlopen dan altijd maar boeken te lezen). Wat ik me afvraag is of de zee ooit in haar gedachten geleefd heeft. Dacht ze dat de zee zo blauw was als het water dat uit de kraan komt? Ach, ze kent natuurlijk de Waal en misschien ook wel een paar meren. Dan is een zee een voorstelling als een meer zonder rand. Of een rivier maar dan groter. Misschien dacht ze wel: de zee, dat zal wel net zoiets zijn als de bergen. Die heeft ze ook nog nooit gezien. Persoonlijk denk ik dat het mij op een zeker moment zou kwellen, het idee dat ik nog nooit de zee gezien had. Maar ik heb nog nooit een vulkaan gezien en dat laat me ook koud. Het laat haar ook gewoon koud en na vandaag nog steeds. Even opmerkelijk als bewonderenswaardig.

11/11/06

* Vandaag zijn we naar de markt geweest, de ‘Haagse mart’ zoals die wordt genoemd. Een uiterst prettige plaats in deze wereld, een markt, waar alles werkt zonder computers. De enige herinnering aan de wereld van informatica zijn de lege dvd’s die je overal kunt kopen, maar de meerderheid van de spullen zijn kleren en groenten en dat verkochten ze ook al op de markten van de middeleeuwen. Er zijn hooguit meer exotische vruchten bijgekomen. Ik kan er heel erg van genieten als ik daar rondloop. Het is jammer dat het er zo druk is. Op zaterdag kom je werkelijk nauwelijks voor- of achteruit. We hebben voor vijftien euro aan groenten en fruit gekocht: dat waren vier tassen vol. Ik heb eigenlijk niet zoveel over de markt te vertellen. Meer over mijn gedachten over mezelf. Ik ben mijn filmkritieken en boekkritieken aan het herschrijven omdat ik door de teruggekeerde hartstocht weer veel meer zelfvertrouwen heb. Ik voel me dan licht, kalm en ik geniet echt van de zinnen die ik schrijf. De grap is dat ik die verhalen schrijf vanuit het perspectief van ‘I. Tallman’. Die heb ik ooit ontworpen om achter een excuus te duiken als ik weer eens onzin schrijf. I. Tallman schrijft oprechte onzin en daarom hou ik heel veel van hem. Hij schrijft achteloos en flapt er van alles uit wat ik zelf niet durf. Ik zou zo willen zijn als hem. Het vreemde is nu dat mijn I. Tallman-identiteit begint te vermengen met mijn echte identiteit. Ik schrijf als I. Tallman over een soort leven dat ik als mezelf graag had willen leiden en soms ook leid! Tegelijk schrijf ik deze notities meer in zijn stijl. I. Tallman is een stuk commerciëler en vlotter dan ik, zodat hij centen genoeg heeft, en daarmee een stuk minder gestresst leeft dan ik. Ik ben I. Tallman erg dankbaar want hij, nota bene mijn alter ego, zegt door zijn eenvoud duidelijk wie ik zelf ben. Op die manier krijg ik harmonie met mezelf en daardoor kan ook ik dit aardse verlaten en fantasierijker denken. Meestal ben ik als mezelf gefrustreerd door de realiteit en denk ik zwaarmoedig en somber. Dankzij Tallmans lichtvoetigheid stroomt ook de hartstocht weer voor mijn eigen verhalen. Ik zat zelfs te overwegen dat ik deze notities met de I. Tallman-identiteit moet gaan schrijven. Dat zou natuurlijk niet echt logisch zijn. Het gaat over mij, niet over I. Tallman. Maar dat openhartige stijltje van hem is verslavend. Ik vraag me af of we ooit op één lijn komen. In de richting lijkt me ook al wat. Waar zou hij wonen, mijn pseudoniem?

7/11/2006

* Dat geld, dat verdomde rotgeld. Waarom bestaat het toch. Het maakt zoveel kapot met zijn smakeloze, neutrale karakter. Ik zag laatst foto’s van Scheveningen anno 1900 en als je dat vergelijkt met nu is het een universum van verschil. Je kon gewoon over straat lopen en de straten waren heel mooi. En wat is het voordeel van al die rijkdom waar we nu van profiteren? Echte voorspoed, daaronder versta ik een fantasierijke, ontspannen, eerlijke maatschappij, die mij met rust laat. Nou die is verder weg dan ooit. Lees een boek over de Romeinse tijd en afgezien van de industrie zal je zien dat er nauwelijks iets is veranderd. Mensen zijn altijd dom en laf en hopen op goden en beroemdheden om er wat aan te veranderen. Misschien is het wel erger geworden. Werk zoeken bijvoorbeeld, dat is iets verschrikkelijks geworden. Er wordt nooit gewoon een persoon gevraagd met een gezond verstand. Ik zocht vanavond werk op internet en kwam onder andere tegen: afdelingsmanager behandelzaken, integratiecoördinator documentatie managementsysteem, senior informatiespecialisten, projectmanager datarooms, junior beleidsmedewerker nieuwe media, junior beleidsmedewerker algemene communicatie, projectleider security, adviseur planning & control, coördinator informatiemanagement, inspectiebeleidscoördinator, cost accounting professional. Als je al niet begrijpt wat al die banen inhouden, hoe zou je er dan kunnen werken? Ik kan zo’n functie niet serieus nemen. Dat is het probleem met mij: ik heb niet het idee dat ik gek ben geworden maar dat de wereld om mij heen heel stilletjes gek is geworden en dat ik de enige ben die het ziet. Maar naar de duivel met dat pessimisme! Ik heb vandaag mijn hartstocht weer teruggevonden, ik heb weer zin in dingen. Wat een verschil! En dan te bedenken dat er mensen zijn die hun hele leven niet leren wat hartstocht is. Werkelijke hartstocht heeft altijd gelijk. Je kunt alles zien zoals het is en je bent helemaal nergens bang voor.

1/11/2006

* Het schijnt dat 21 procent van de vrouwen minder verdient dan de mannen. Of zoiets. Wat zeiden ze nou op de radio? En dan nog begrijpen wat ze bedoelen. Er was iets met een gapend gat van zeven procent. Vrouwen werken ook veel vaker in deeltijd, hoorde ik laatst. Dat zegt allebei wel hoe vrouwelijk ik ben want ik verdien minder dan iedereen en ik werk ook in deeltijd. Huisman, dat is best een beroep voor mij. Nee, dan moet je ook werken. Wat moet ik dan doen? Ik weet het ook niet. Ik moet schrijven, veel meer kan ik niet. Schrijven omdat ik betaald krijg, dat heb ik nooit zien zitten. Als niet iedere zin een waarachtige zin van mij is dan hoeft schrijven ook niet. Er moet wel wat gebeuren met ander werk want we zijn nu arm. Nederland is een tamelijk rijk land en dat is soms wel fijn: goede bussen en treinen, gevulde supermarkten. Tegelijk zijn de levenskosten absurd en als je weinig geld hebt, loop je steeds weer tegen allerlei muren, zeker als de prijzen zo stijgen zoals de laatste jaren is gebeurd. We zijn nu nog belastingen van Rotterdam aan het nabetalen, een heffing van energie, schulden aan de creditcard, schulden aan anderen, een onterecht ontvangen huursubsidie. En waarom? Omdat iedereen uit is op je geld. Het oneerlijkste is nog dat braafheid loont. Iemand met laten we zeggen een vrolijk lichtzinnig leven wordt er financieel voor gestraft. Je krijgt geld terug van de belastingen als je veel kinderen krijgt, je krijgt geld terug als je een huis koopt in een verschrikkelijke buitenwijk, je krijgt geen problemen als je emotioneel gezien een ezel bent en voor iedereen het leven een hel maakt als je maar goed kunt budgetteren. Wat is toch het doel van al die mensen in hun leven? Dat stelt me elke dag tot grote raadsels. Ze sterven binnen een eeuw tijd maar niemand lijkt het interessant te vinden om iets smaakvols na te laten. Werken… van iedere baan zou ik zeggen: goed voor de portemonnee, slecht voor mijn gevoelsleven. Het is toch soms wel jammer dat ik over zo weinig wilskracht beschik, dan had ik wel sneller wat gevonden waarmee ik mijn schrijven had kunnen financieren. Dan was ik nu een stuk rustiger geweest. Nu raak ik heel vaak in paniek. Een goede psychiater zou hier waarschijnlijk een mooi label aan kunnen plakken maar ik weet best wat ontbreekt: hartstocht.

30/10/2006

* ‘Een venster op deze tijd’, wat een dom idee eigenlijk. Zodra je met deze blik naar de wereld kijkt, zie je niets meer. En wat is van deze tijd en wat niet? Moet ik het alleen over computers hebben? Die bestaan intussen ook al dertig jaar. Ik heb de opkomst van internet meegemaakt. Wat dan nog? De hele wereld heeft dat meegemaakt. Ik ben van een generatie die lang moest sparen om een commodore 64 te kopen, waarmee je alleen spelletjes kon spelen, en die moest je op een bandje laden (na het laden van een mysterieus bandje genaamd abc-turbo). Ik heb de commodore 64 nog thuis. De uren die ik achter dat toestel heb gezeten! Load error, syntax error, iedere commodore 64-gebruiker kent die termen. De helft van de spelletjes deed het niet. Sommige deden het de ene keer wel en de andere keer niet. Wel moest elke keer abc-turbo geladen worden. Een geduld dat je daarvoor moest uitoefenen! De huidige generatie kinderen vinden ‘gamen’ via breedbandinternet volstrekt normaal. Net zoals dat ik een harde schijf pas heb gekocht voor ik geloof zestig euro. Dat was een harde schijf met 120 gigabyte (‘gieg’ zegt iedereen). Dat is wel wat anders dan mijn pc die ik kocht in 1993. Die harde schijf had 256 megabyte (en duur dat ie was). Laten we zeggen 480 van die schijven en je komt in de buurt van de ene harde schijf van nu. Ik weet nog de tijd dat iedereen trots sprak dat ze een harde schijf hadden met één gigabyte. Op zeker moment kreeg ik een laptop te leen die in 1997 heel hip was. Die was in 2005 niet zo hip meer. Ik bleef de laptop gebruiken hoe iedereen ook op me aandrong dat ik eens een betere computer zou kopen. Dat was nauwelijks een teken van eigenzinnigheid (hoewel ik erg tevreden was over de laptop want daarmee kon je in de zon tikken) maar ik had simpelweg het geld niet. Ook deze computer, de opvolger van de laptop, is een gift geweest. Ik kan nu internetten. Het is aangenaam dat ik nu radio van internet kan luisteren of het weer kan opzoeken of van iedere reis door Nederland de vertrektijden kan vinden of alle gegevens over nieuwe films kan lezen of kan mailen naar iedereen die ik ken op elk gewenst tijdstip. Word ik echt gelukkig van die informatie? Ik wilde een vriendin zoals ik me haar vroeger als tiener voorstelde. Daar is geen knop op de computer aan te pas gekomen. Ik wil Italiaans leren en Italiaans leven. Daar is internet waardeloos voor, daarvoor moet ik gewoon naar Italië. Ik wil niet meer werken. Daar weet internet ook geen oplossing voor te vinden. Ik wil fantastische komische verhalen schrijven. Het enige dat helpt: mijn eigen geest. Ik wil meer snappen van het mooie in het leven, zoals kunst en koken. Ik wil dat scooters nooit meer mogen rijden. Ik wil kletsen met vrienden en genieten van hun gelaatsuitdrukkingen en handelingen. Kan niet via internet. Dan komt het venster van deze tijd weer om de hoek kijken. De slordigheid en onnozelheid van iedereen! Er is bijna geen klant meer die in ons antiquariaat niet vraagt of we een bestand van de boeken hebben. De kasten geven meteen antwoord maar toch wordt een computerbestand meer vertrouwd. Als je iets tegen iemand zegt, bijvoorbeeld een kastnummer en een titel, onthouden ze het maar voor de helft, omdat ze denken: ik bel later nog wel om te vragen wat het ook al weer was.

oktober 2006: graffiti, sollicitatie, ikea, film, dansen

 

27/10/2006

* Die hele wereld die langs je heen gaat, met al die mensen, die allemaal ideeën, gevoelens en willetjes hebben, die kun je je niet voorstellen. Op dit moment worden in Moskou miljoenen verdiend aan een bouwovereenkomst. Ergens in Siberië jaagt iemand op een tijger om geld te verdienen met zijn vel. In China rouwt de hele familie om een gestorven visser. Een huispoes in Spanje soest op de vensterbank. Alleen al het leven van alle poezen in Spanje is niet voor te stellen. Zo ook hoeveel mensen bezig zijn met ‘kunst’ op een of andere manier. Iemand zit achter de pc te tikken en denkt een meesterwerk te schrijven. Alleen al Den Haag, al die gedachten, gevoelens, emoties. Op een avond worden er ontelbare harten gebroken en harten gelijmd. En dan beweer ik nog dat mensen niet voelen en nadenken. Ik kom zoveel intelligente klanten tegen, het zijn er absurd veel, je kunt je er niets bij voorstellen, ze kopen boeken waar ik niets van begrijp. Helaas zijn er toch nog meer domme mensen in aantal. Trouwens, het gaat toch allemaal langs me heen. Men kan mij het beste met rust laten en in mijn fantasie laten leven. Maar dat kan niet want je moet geld verdienen. Ik worstel de laatste tijd weer hevig met het begrip ‘carrière’. Ik denk dat de meeste mensen een carrière hebben om zo de werkdag maar zo gerieflijk mogelijk kunnen doorkomen. Hoe hogerop je komt, des te meer kun je je schoenen op het bureaublad leggen en tegen anderen zeggen dat ze harder moeten werken. Dat is zo dom nog niet. Maar de meeste carrières vind ik meer potsierlijk dan interessant. Mensen kunnen vaak zelf nauwelijks uitleggen wat ze doen. Het beste is de wereld juist als er geen ambitie maar vrijgevig plezier achter de dingen schuilt, zoals Léautaud met zijn autobiografie, Queneau met zijn wiskundige romans, Kubrick met zijn films, Cuppy met zijn geschiedenisboek, Hundertwasser met zijn gebouwen. Allemaal autodidacten die wereldprestaties leverden met een combinatie van lol en eigenzinnigheid. Terug naar mijn carrière. Die bestaat niet hoewel ik me echt een komedieschrijver voel, veel meer dan boekverkoper. Ik weet niet eens of ik wel zo goed ben, of ik zo slim ben betwijfel ik ook, maar ik weet dat ik hartstochtelijk kan schrijven. Ik mis die hartstocht zo in het dagelijkse leven. Alles is gemechaniseerd, geïndustrialiseerd, voorgekauwd. Die middelmatigheid komt overal op je af. De oosterse filosoof Krishnamurti noemt dat een gemis aan machtige hartstochten. Zo te leven lijkt me akelig.

25/10/2006

* Vandaag een documentaire gezien over graffiti in Amsterdam in de jaren tachtig. Ik heb zelf aan graffiti gedaan maar zonder veel succes, zoals weinig in mijn leven succesvol is geweest. Zo kampte ik met een probleem dat geen enkele graffitischrijver scheen te hebben. Ik wist niet wat ik moest schrijven. Ik begon met ‘Atlas’ tot al snel bleek dat er een veel betere Atlas bestond. Toen schreef ik ‘Save’ en toen bleek iemand naar mij op zoek omdat diegene al veel langer ‘Save’ schreef. Ik heb daarna allerlei namen gehad maar geen een van die namen vond ik goed. Pas op een dag bedacht ik: waarom zou ik geen getal nemen? Ik bedacht ‘2088’ maar toen was ik al veel ouder en was graffiti over zijn hoogtepunt heen. Die schuchterheid heeft me nooit veel geholpen. Terwijl de brutale schrijvers van toen de beste ontwerpers en kunstenaars zijn geworden. Het is de moed om zulke dingen te durven die je tekent als mens. Goed voorbeeld: in de documentaire vertelde een jongen dat ze vroeger rustig door metrotunnels liepen. Hij had een keer een ‘moedersleutel’ gestolen (waardoor voor een moment alle metro’s overal geblokkeerd waren) en vervolgens kon zijn groepje overal binnen komen. Het metrostelsel heeft natuurlijk een fascinerende reeks gangen en hoekjes. Wat een fantastische herinneringen had ik kunnen hebben gehad als ik makkelijker was geweest in de omgang en deze jongens had leren kennen. Maar ik zou gepiekerd hebben over het wel en wee van de persoon die de sleutel was kwijtgeraakt, of die misschien door dat verlies ontslagen zou worden of gekort op zijn inkomen. Graffiti is typisch iets wat je gedaan moet hebben. Erover lezen is waardeloos. Je kunt dat graffitigevoel niet vangen in woorden. Nou heb ik misschien het hoogtepunt van die graffitigolf gemist maar ik heb wel de sfeer geproefd van die cultuur en daarvoor ben ik wel dankbaar. Het zijn mijn enige jeugdherinneringen die ik echt koester. Met vriendjes slenterde ik veel over straat. Ik klom overal op, ik schreef overal op, er waren geen regels. Die vrijheid was onvergelijkbaar. We zijn vast een paar keer achterna gezeten door politie of boze winkeliers. Ik kan het me niet zo goed meer herinneren. Met mijn maatjes van toen heb ik met dikke stiften (Eddings 850) overal onze naam gezet. Veel meer heb ik niet gedaan. Toen ik het eindelijk wel een beetje kon, was iedereen ermee gestopt. Ik genoot wel enorm van het bezoeken van speciale graffitiplaatsen zoals het tunneltje in het Vondelpark en het officieuze graffitimuseum onder het Waterlooplein. Dat zijn plaatsen die je fantasie meteen prikkelen. In de documentaire viel me ook op dat de graffitikunstenaars fantastisch zijn geweest in tekenen en lefgozeren maar minder in het onder woorden brengen ervan. Dat is dan weer mijn tak van sport. Jammer genoeg mis ik de interessante ervaringen. Ik heb wel Shoe ontmoet. Bij hem heb ik in zijn kantoortje een boekje over graffiti gekocht. Hij wilde toen liever niet dat ik met een cheque betaalde en ik moest nog een keer terugkomen met contant geld. Van je helden verwacht je natuurlijk niet dat ze een er probleem mee hebben als je met een cheque betaalt. Shoe was voor mij iemand als Rembrandt, iemand die zich niet eens met geld bezig zou moeten houden. Zonde. Het blijft kriebelen als je eenmaal gewend bent aan die vrijheid om overal je naam op te kalken. Ik heb nog vaak tegen mezelf gezegd: nu ga je iets origineels bedenken en je gaat het overal in de stad neerzetten. Maar wat? Ik vond het te afgezaagd om letters te maken en ik vond ‘2088’ nog te veel op letters lijken. Later was ik al dertiger en had ik geen zin meer in zulke ondernemingen. Nu klieder ik maar wat ik tekenboeken. De documentaire liet me eens te meer zien dat je niet alleen leeft met je herinneringen die je hebt, maar ook met de herinneringen die je niet hebt.

24/10/2006

* Vandaag een sollicitatie opgestuurd. Ik haat solliciteren vanwege de dodelijk ernst die je overal tegenkomt. Nooit een vacature waarin staat dat je een tijdje achterover kan hangen en ervan genieten dat alles werkt, maar altijd meer, beter, sneller! Bij iedere trein die iets te laat binnenkomt, hoor je alleen maar gezeur om je heen, terwijl ik het binnenrijden van iedere trein al wonderlijk vind. Dan maar te laat voor een afspraak. Nederlanders haten dat. Waarom? Anders zou je maar gaan nadenken en lanterfanten. Daarvan komen de beste dingen maar dat kun je helaas niemand wijs maken. Van prestatiedrang word ik altijd nerveus. Prestaties eisen lijkt me niet normaal voor een mens. We zijn toch allemaal gewoon mensen met allemaal enorm veel minpunten? Ondertussen vertelde een klant in de winkel me dat de nieuwste ondernemerstrend ‘POP’ heet, Persoonlijke Ontwikkeling Plan. Dan moet je dus alle gaatjes van je karakter dichten (met rapportages en controles van bovenaf) om zo te werken dat je bazen het prettigste vinden. Ik vind het menselijk om geen kolossale ambities te hebben. Het is trouwens niet alleen faalangst die me parten speelt bij solliciteren. Het is ook een enorme onwil om al die taken uit te voeren. Wat een werk en waarom allemaal? Waar gaat het allemaal om? Wat worden we er beter van? Iedereen vergeet hoe mooi de wereld al is geweest, in de achttiende eeuw, toen men het lanterfanten nog op waarde wisten in te schatten. Ik geniet liever een beetje van mijn schaarse tijd hier op aarde dan dat ik me te pletter werk. Bovendien – en dat is wel het ergste – word je van elke baan geestelijk impotent. Je leest niets meer, je leert niets meer, je denkt niets meer, je voelt niets meer.

23/10/2006

* Een van de moeilijkste dingen in het leven vind ik toch het eerlijk zijn en dan bedoel ik eerlijk zijn tegen mezelf. Tegen anderen hoef ik niet zo nodig eerlijk te zijn. Maar je bent het aan jezelf verplicht dat je reageert zoals je zou moeten reageren volgens de wetten van je karakter. Vaak zit je beschaafdheid dwars, een andere keer weer je boosheid. Als je echt eerlijk was tegenover jezelf dan hoefde je jezelf ook niet te herschrijven. Ik moet mezelf heel vaak herschrijven. Ik probeer zo eerlijk mogelijk te zijn tegenover mezelf maar vaak word ik huichelachtig, onzeker, overmoedig, of ronduit onbegrijpelijk. Eerlijk zijn tegenover mezelf kan alleen als ik mijn gevoelens beheers. Maar juist als je gevoelig bent merk je hoe banaal en veranderbaar gevoelens zijn. Je hoeft maar een keer te lachen en je staat meteen een stuk minder somber in het leven, waardoor je bij wijze van spreken een hele tekst kunt herschrijven. Ik beheers die snertgevoelens slecht, daardoor lijkt het wel alsof die gevoelens me expres heel onnozel laten overkomen. Kwesties over gevoelens hoor je nooit in Nederland en dat is wel weer een bewijs van hoe zielloos het er hier vaak aan toegaat. Het boerse zit hier meer aan de oppervlakte dan het fijngevoelige. Vergelijk het eens met bijvoorbeeld Italië waar iedereen lijkt te gloeien van emoties. Met mijn gevoeligheid steek ik met kop en schouders boven de gemiddelde man uit terwijl ik nou ook niet zo bijzonder ben als ik wel denk. Er is voor mij maar een Nederlandse schrijver die wel fijngevoelig schrijft en dat is Maarten Biesheuvel. Ik denk vaak aan hem: hoe hij vandaag zijn dag beleeft. Ik denk vaak aan mijn favoriete schrijvers omdat dat een manier is om aan de werkelijkheid die niet al te fraai is te kunnen ontsnappen. Paul Léautaud is ongeveer honderd jaar voor mij geboren en ik stel mij vaak voor dat we vrienden of collega’s zouden zijn. Als ik hem lees, Léautaud, besef ik eens te meer dat er iets kapotgaat als je ouder wordt in een land als Nederland. Je verliest je charmes, je humor, je gevoelens, omdat alles in het teken staat van zakendoen en efficiëntie. Nooit hoor je iemand eens hartstochtelijk iets raars verkondigen of een krankzinnig plan met hartstocht verdedigen. We kunnen hier niet eens genieten van woorden. Hier gaat het om de doelgerichtheid van alles. Dat maakt het leven doods. Ik dwaal af en zo goed ken ik nu ook niet de gewoontes van dit land. Ik kan me beter op mijn eigen leven concentreren. Ik ben denk ik gewoon een te gevoelig ontwerp voor een doorsnee man. Waarom ik zo ben weet ik niet. Mijn moeder is zo gevoelig als elke vrouw en mijn vader was zo bot als elke man. Ik heb in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam de multiculturele samenleving met de paplepel ingegoten gekregen. Misschien dat daarmee de vreemde gevoelens zich in mijn brein nestelden, wie zal het zeggen.

21/10/2006

* Vandaag een slechte dag op het werk. Dan denk ik altijd: ik ben geen arbeider. Ik kan best werken, dat wel. Als ik iets leuks vind, kan ik uren aaneen werken, zonder te eten of zelfs te slapen. Ik haal dan de energie uit mijn plezier. Het tegenstrijdige is dat ik het soms wel stoer vind om me te gedragen als een arbeider. Ik hou ervan om te sjouwen en ook als mensen voor mij uit de weg moeten. Het mooiste is om in het bijzijn van mensen te kletsen over voor hen onbegrijpelijke zaken. Dan denk ik altijd dat de mensen jaloers worden op ons, dat ze niets liever zouden willen dan er ook zo bij te hangen en te kletsen over onbegrijpelijke zaken. We kletsen veel op het werk. Niet omdat ons zoveel bezig houdt maar omdat je dan niet hoeft te werken. Maar nooit zal ik een echte arbeider zijn. Ik ben een landbezitter die de hele dag boeken leest, schrijft en nadenkt in een schommelstoel met een pijp in de mond. Er gaat geen dag voorbij op het werk dat ik niet denk aan alle verhalen die ik had kunnen maken, de boeken die ik had kunnen lezen, de mensen die ik had kunnen vermaken met grapjes en observaties. Je hoeft niet per se grote nare ervaringen te hebben meegemaakt om je vernederd te voelen. Dan hou ik me maar voor dat ik niet in de mijnen hoef te werken, of in Afrika woon, of in Rusland, of op de Noordpool. In zulke ruwe omgevingen had ik me allicht van kant gemaakt. Soms kan ik mezelf niet zo voor de gek houden. Dan heb ik zo weinig zin in werken dat ik denk ik dat ik ga instorten of zo. Ik weet niet hoe dat gaat maar ik neem aan dat het ineens zwart voor je ogen wordt en dat je een moment later in het ziekenhuis ligt en een dokter zegt: je moet het echt rustiger aandoen. Dan zou ik zeggen: ik zou niets liever willen maar ik mag het niet. Ga dan schrijven voor geld! roept iedereen. Ik schrijf alleen wat ik leuk vind om te schrijven en dat kan ik niet veranderen. Als iets stoms geld oplevert, verdien ik wel geld, maar dan zit ik met een verhaal waar ik me voor schaam. Ja zo kun je in een kapitalistisch systeem leven waar alles mogelijk is en nog steeds is veel niet mogelijk. In een boek over erotische literatuur las ik dat in San Diego pornografie een miljoenenindustrie is geworden maar toch geen van die werkjes kan tippen aan de met gevaar voor eigen leven uitgegeven verhalen in de achttiende eeuw. Ik doe geen uitspraken over politiek of economie want ik heb er geen verstand van. Ik denk wel dat het beter moet kunnen dan zo. Er zijn dagen dat ik me misselijk voel van hoe oppervlakkig en wezenloos het er overal aan toegaat. Ik loop ook veel door het centrum en dan denk ik telkens: wat verschrikkelijk onbenullig toch, dat kopen en verkopen, dat alsmaar doorgaat. Vooral koopzondagen zijn verschrikkelijk. Het publiek dat dan in de winkel komt kent nauwelijks het alfabet. Maar er heerst absoluut geen verbod op dat zulke mensen zich in tienvoud reproduceren. Dan moet je ook niet klagen als mens of als politicus, denk ik, dat een maatschappij steeds ruwer wordt. Als je die domheid niet wilt aanpakken, zal het leven ook niet beter worden. Wie zaait, oogst, of zoiets.

20/10/2006

* Vanavond naar de film geweest. Naar de film gaan is een vreemde hedendaagse traditie. Om bijvoorbeeld half acht begint de film. Heeft die tijd ergens mee te maken? Nee, er is alleen maar een man of vrouw genaamd operator die een spoel uit het blik haalt en in een afspeler zet. Men heeft die tijd bedacht omdat het wel handig is om op hetzelfde moment aan de film te beginnen. Anders krijg je wat je in musea wel eens hebt met korte films: je ziet eerst de tweede helft en dan pas de eerste helft. De afspeler zendt een lichtstraal uit, die verschijnt op een wit doek en zo ga je dan naar een film. Passiever kun je vermoedelijk geen vrijetijdsbesteding verzinnen. Toch is iedereen er gek op en ik ook. Er gebeurt namelijk inwendig heel veel. Alles wat je ziet, roept een bepaalde reactie op. Deze film was ‘meesterlijk’ voor de verandering. Hoe en waarom was de film dan meesterlijk? Dat is een stuk moeilijker. Ik wist zeker dat ik zelden zo’n aparte film heb gezien en dat wil wat zeggen want ik heb best wat gekeken in mijn leven. Deze regisseur, een Hongaar van mijn leeftijd, had veel moed. Hij was geïnspireerd door oude horror en pornofilms en maakte met die ingrediënten een intelligent verhaal, of iets wat op een verhaal leek. Sommige stukken waren zo smerig dat ik ze niet wilde zien. Het op het scherm doden van een varken vond ik echt verschrikkelijk. Als ik dat had geweten van te voren was ik niet gegaan want ik ben een vegetarische kijker. De kern van de film was dat de mens toch vooral niet veel meer is dan een lap vlees. Ik vind het vooral knap dat iemand zomaar een film maakt met veel fantasierijke ranzigheid zonder erbij na te denken hoe het publiek er op zal reageren. Je kunt natuurlijk makkelijk horror of pornografie maken en dan heb je er een excuus voor. Een mooie film erover maken is een stuk moeilijker. Geen regisseur die dat durft. Behalve deze man dan, die trouwens Palfí heet. Hij toonde onder andere seks met een varken, een penis waar een vlam uit komt, een Oost-Europees kampioenschap vreten. Wat een zelfvertrouwen! Ik miste het deze avond weer eens. Ik zei niets in de tram terug naar huis tegen een jongen die de andere reizigers verveelde met een telefoon waar muziek uit komt. Een telefoon waar muziek uitkomt, dat er niemand zegt: dat is vervelend voor de mensheid, laten we dat verbieden. Dat denk ik ook van scooters. Komt er nu nooit iemand achter dat scooters de allerergste dingen zijn die ooit zijn gemaakt? Ze stinken, ze maken lawaai, ze rijden hard. Er zou wat mij betreft veel meer verboden mogen worden, zeker voor pubers, die toch al denken dat ze de wereld beheersen.

17/10/2006

* Vandaag bezochten we het Zweedse meubelwarenhuis Ikea. De naam ‘Ikea’ is een begrip voor mensen van het heden. Het is namelijk niet zo dat mensen uit over de jaren gekregen spullen een interieur vormen. Nee, ze gooien liever alles weg en kiezen iets dat iemand anders voor hen heeft bedacht. Vermoedelijk is ooit iemand wezen winkelen bij Ikea en iemand die degene bezocht dacht: dat wil ik ook. Vervolgens kwam iedereen bij iemand en kreeg te horen dat het decor bij Ikea was gekocht, om daarna zelf het decor aan te schaffen en anderen mee aan te steken. Vermoedelijk is dit een trend die een paar decennia duurt en dan heeft iedereen alles van Ikea en komt er een Zuid-Afrikaans meubelwarenhuis genaamd Tsongi Tsongala en gaat iedereen daar zijn spulletjes halen. Er is denk ik nu nauwelijks meer een huis zonder Ikeaspullen. Al is het maar een lamp. Ik heb niets met zulke massaliteit. Ons huis bestaat uit een bijeengeraapte rotzooi en het meeste zelf aangepast aan onze wensen. Mij kan het weinig schelen. Ik heb niet veel nodig om gelukkig te zijn. Nog sterker: hoe gekker het huis, hoe beter. Maga is wel altijd bezig met aan het interieur te rommelen. Nu hangt er in de woonkamer slechts een bamboegordijn. De gordijnen die er prima hingen heeft ze nu in de slaapkamer gehangen. De gordijnen van de slaapkamer moeten zich maar als lapje stof zien te redden. Dat bamboegordijn hebben we bij het grof vuil gevonden. Dat andere gordijn hebben we gekregen. Dat wat nu lapje stof is, hing er al. Terug naar Ikea. Het is een gigantisch gebouw langs de snelweg bij Delft. Het is helemaal voor autobezitters ingericht, zo is er bijvoorbeeld geen stoep (maar wel, eerlijk is eerlijk, een bushaltebordje in het gebouw met alle bustijden. De bus stopt niet in de Ikea maar je kunt zien of je je moet haasten als er tenminste ook een klok hing). Toen er vorig jaar een actie was dat Ikea tien jaar lang je huur zou betalen als je er maar iets kocht, zijn we er voor het eerst geweest. Je moet een route met pijlen volgen die je langs alle interieurs brengt. Beneden kun je vervolgens alles wat je hebt gezien in een karretje stoppen. Ikea heeft ongelooflijk veel klanten. De hele dag door zijn mensen er aan het inladen. Zelf heb ik de vorige keer een ijsblokjesvormpje gekocht. Ik kende alleen ijsblokjesvormpjes van vroeger toen ijsblokjes nog echte ijsblokjes waren. Op een dag dacht iemand: waarom geen ijshartjes? En nu kun je dus vormpjes in alle vormen kopen. Zelf hebben we een ijsreepvormpje. Het meest interessante van Ikea vind ik het Zweedse supermarktje dat erbij zit. Zweedse jam, Zweedse broodjes, Zweedse chips en gewone kopjes koffie voor vijftig cent, die je ook nog eens oneindig kunt bijvullen. Je hoeft daarvoor niet de hele route af te leggen want het winkeltje zit bij de uitgang en daar mag je ook naar binnen. De aantrekkingskracht van Ikea is dat alles een gezellige Zweedse naam heeft. Je zou je placemat ‘Snär’ gaan noemen, een opbergkast ‘Billy’, je kleerhanger ‘Gardvik’. Vandaag hebben we een matras gekocht dat ‘Forestad’ wordt genoemd, wat mij eerder aan planologie doet denken dan aan slapen. Misschien is het een matras dat veel in buitenwijken wordt gebruikt. Dan zitten we goed want Scheveningen is een buitenwijk van Den Haag. We kochten het matras omdat Maga een ietwat kromme ruggengraat heeft en voor haar is het niet meer goed om te slapen op het matras dat we nu hebben. Ze stelde voor om het matras mee te nemen. Dat leek me krankzinnig want we hebben geen auto. Het matras bleek vacuüm opgevouwen te zijn en ik kon het inderdaad op mijn schouder nemen. Dat scheelde 35 euro bezorgkosten. Het matras lieten we eerst achter bij Ikea. We maakten een wandeling langs een meertje waar we Zweedse broodjes met Zweedse jam aten. Vlakbij was een naaktstrand en het is zo zacht weer dat er echt mensen naakt lagen. Een man liep rond en ik zag pas op het laatst dat hij geen broek droeg maar wel een trui. Zijn pik was gekromd, alsof het niet kon kiezen tussen erectie en slap. Hij kon ook niet kiezen tussen stilzitten en rondlopen. Vreemd om zoiets ongewoons te zien alsof het gewoon is. Net als de talloze aalscholvers die bij het meertje op een plateau van hout zaten terwijl ik die verder nooit ergens zie. Daarna haalden we ons matras op waarmee we met de bus en tram naar huis reisden. In de tram had ik het matras tussen mijn benen zodat ik kramp kreeg in mijn liezen maar ik ben een kerel en hield vol.

14/10/2006

* Vannacht zijn we wezen dansen. Het dj-vak wordt erg overschat. Maar ook onderschat. De cd’s van Dr. Lektroluv bijvoorbeeld, als ik die hoor kan ik niet meer stilzitten. In het echt was hij wel wat minder als ik had verwacht. Dat is het probleem van verwachtingen dat iedereen wel kent. Iets kan uitgroeien tot mythische afmetingen zonder dat je het door hebt. Dat komt misschien doordat we een jaar geleden al naar hem zouden gaan maar toen was hij ziek. Iemand die ook teleurgesteld was, zei toen: ‘Ik vond altijd al dat hij er groen uitzag.’ Dat was een grapje want Dr. Lektroluv heeft altijd een groen masker als hij draait, en draagt een grote bril, en gebruikt een telefoon waar andere dj’s een koptelefoon aan een oor hebben zitten. Normaal zie je de dj emoties tonen en uit zijn dak gaan zoals dat heet. Met zo’n masker zie je niets. Hij kan niet communiceren met het publiek. Daarom vond ik dat masker eerst aanstellerij. Het leidt af van de muziek. Mensen liepen helemaal naar voren om foto’s te maken alsof hij een soort popster was. Zoiets heb ik nog nooit met een dj meegemaakt. Tegen het einde werd het anders. Omdat geen dj kan stilstaan tijdens zijn werk, en hij ook niet, communiceerde hij alsnog met het publiek. Dan wordt hij ineens mysterieus – alsof hij geen mens meer is maar inderdaad een groen wezen dat op aarde is gezet om de mensen te laten dansen. Minder vond ik dat Dr. Lektroluv ook weer een dj was die zich meer bezighield met het leveren van stampwerk dan het opbouwen van trancesferen. Bovendien was het publiek vervelend. Ik heb mensen zien bellen op de dansvloer, tosti’s zien eten, foto’s zien maken, en heel veel zien stilstaan. Het is al weer dat mobiele rottelefoontje dat al zoveel verpest. Een grote man achter mij stond op de dansvloer rustig te ezzummezzun met zijn mobiel. Belachelijk gewoon. Ik probeerde zo vaak mogelijk op zijn tenen te gaan staan maar hij was gevoelloos. Op het laatst kwam ik er toch in te zitten. Dan merk je pas dat je contact hebt met zo’n dj. Dat is wel toch een gave hoor. We merkten het verschil met de dj ervoor want die wist ons nog slechter in een trancesfeer te brengen, waardoor we moe werden van het dansen, en dat is nooit goed. Bij een goede dj word je nooit moe.

12/10/2006

* Vandaag speciale kromme frietjes gegeten in een grote Amerikaanse eetketen. Maga zat te vertellen over haar werkdag en ik at ook haar frietjes op. Dat deed ik niet opzettelijk. Ik moest naar de wc. Er kwamen twee mannen binnen en ze begonnen aan de deurkrukken te rukken en hardop te praten, op boze toon, alsof ze van plan waren mij en de andere plasser neer te schieten. Ik plaste mijn plas af zoals ik het ook zonder hen had gedaan en verliet de wc zonder boe of ba te zeggen. Er stond nog een rare jongen maar wel met een enge hond die in de wc weinig had te zoeken naar mijn idee. Maga en ik spraken over mensen die slecht fietsen en dat zijn er in Den Haag nogal wat. Zij werd vandaag bijna drie keer aangereden. Ik werd gisteren bijna getroffen door een puber die links fietste en terwijl ik hem rechts passeerde ineens naar rechts wilde. Hij kon nog net remmen. We spraken ook over een van onze favoriete thema’s: het gebrek aan empathie bij mensen. Je zou je arm ervoor geven om verlost te worden van rare mensen zoals de jongens op de wc van de Amerikaanse eetketen. Het gaat allemaal zo snel, zo oppervlakkig, zo standaard, zo saai tegenwoordig. Wie maakt zich nu druk over hoe het anderen vergaat? Ik geloof trouwens niet in een betere wereld want dat zie je aan internet. Het barst van de virussen hoewel de kabels en computers waar de internetwereld zich in bevinden schoon zijn. Die virussen zijn door mensen bedacht om andere mensen te frustreren. Dat bewijst maar weer dat het een illusie is om te denken dat ooit iets beter kan worden. Moderne tijd of niet, mensen zijn nog net zo onbschaafd als in de Romeinse tijd. Het wordt alleen maar slechter denk ik wel eens, als je de plattegronden van Den Haag in 1800 en die van het heden naast elkaar legt, zoals wij vandaag op het werk deden, dan zie je het verschil. De rust is weg.